Fase 0

De leerkracht gebruikt een flexibele klasorganisatie

In elke klas hebben leerlingen individuele capaciteiten die sterk van elkaar kunnen verschillen. Leerlingen verschillen in intelligentie, hoeveelheid leerstof die ze kunnen verwerken in een bepaalde tijd, motorische ontwikkeling, familiale achtergrond, belangstelling voor bepaalde leerdomeinen. De leerkracht stemt zijn didactisch handelen af op die verschillen. Daartoe differentieert hij. Een flexibel georganiseerde klas biedt kansen tot differentiëren. Leerlingen kunnen afhankelijk van wat de leerkracht nastreeft individueel, in homogene of heterogene groepjes of klassikaal werken. Vlot verplaatsbaar meubilair is handig hierbij. In een flexibele klasorganisatie kunnen leerlingen samenwerken, kiezen met wie ze samenwerken, elkaar helpen, kiezen aan welke taken ze werken, extra uitleg krijgen van een medeleerling of van de leerkracht, hun eigen werk corrigeren... De leerkracht ondersteunt hierbij dikwijls het leren van de leerling. De klas als groep blijft echter belangrijk. De leerkracht waakt erover dat de eenheid in de klasgroep niet verloren gaat. Hieronder beschrijven we de flexibele klasorganisatie :
  • Denkprocessen langer ondersteunen met materiaal. De ene leerling heeft langer behoefte aan materiële of schematische ondersteuning van denkstappen dan de andere. Dit kan inhouden : MAB-materiaal, werkwoordenschema, breukenschema, herleidingstabellen, formules metend rekenen, maaltafels, rekenmachine, …
  • De instructiehoek. In onze lagere klassen vindt men een instructietafel op een strategische plaats opgesteld. Didactisch materiaal is binnen handbereik. Tijdens een inoefenmoment krijgen de leerlingen die een opdracht minder vlug begrijpen, extra uitleg aan de instructietafel. De andere leerlingen zijn ondertussen aan het werk met een opdracht.
  • De remediëring les. Na een herhalingstoets of diagnostische toets herhalen de leerlingen die het nodig hebben de leerstof tijdens extra instructietijd. De andere leerlingen krijgen verrijkingsleerstof aangeboden (BHV-model : basis-, herhalings- en verrijkingsleerstof). Eventueel kan iemand uit het zorgteam als helpende hand in de klas de remediëring les ondersteunen. De leerlingen kunnen elkaar ook ondersteunen.
  • Hoekenwerk. Tijdens het hoekenwerk biedt de leerkracht in verschillende hoeken passende opdrachten aan. Het hoekenwerk wordt in onze klassen in carrouselvorm of met een keuzebord georganiseerd. Leerlingen werken op eenzelfde ogenblik aan uiteenlopende opdrachten. Het aanbod is heel divers en bevat een uitgebreid gamma opdrachten van reproducerend tot producerend of creatief. Leerlingen werken op eigen tempo, individueel of in kleine groepjes in de verschillende hoeken. Deze werkvorm leert leerlingen uit het aanbod kiezen. Hij leert ze beslissen en samenwerken. Het hoekenwerk biedt kansen om het aanbod af te stemmen op zeer specifieke onderwijsbehoeften van leerlingen. De leerlingen ondersteunen elkaar.
  • Contractwerk. In contractwerk onderschrijven zowel leerling als leerkracht een
    overeenkomst. Het takenpakket en de tijdsduur worden vastgelegd. De leerling kan zelfstandig beslissen in welke volgorde hij de taken uitvoert. De leerling werkt het takenpakket op eigen tempo af. De opdrachten in het contractwerk kunnen afgestemd worden op het niveau en het tempo van elke leerling. (‘mag’- en ‘moet’ opdrachten) Omdat de tijdsduur afgesproken is prikkelt contractwerk het organisatievermogen en het taakbewust werken van leerlingen. Zelf initiatief nemen en zelfsturend werken motiveert de leerling. De leerkracht begeleidt en coacht de leerlingen doorheen het takenpakket. In hogere klassen werken de leerlingen met correctiesleutels.
  • Werken met homogene groepen of niveaugroepen. In onze school wordt in klas 1, 2, 3 en 4 niveaulezen georganiseerd. De groepen werden klasoverschrijdend samengesteld en hebben een tijdelijk en functioneel karakter.
  • Werken met heterogene groepen tijdens allerlei activiteiten. Leerlingen van een verschillend niveau werken samen. (Sociaal) Minder vaardige leerlingen durven zich gemakkelijker uiten dan in een algemene klassituatie. De leerkracht ziet toe en coacht het samenwerken.
  • Differentiatie naar tempo en hoeveelheid. Tragere leerlingen krijgen voldoende tijd om opdrachten op hun tempo af te werken. De opdrachten worden voor deze leerlingen ook ingeperkt. De nadruk ligt op kwaliteit, niet op kwantiteit. Op deze manier wordt geen tijd afgesnoept van andere activiteiten of speeltijden. Voor vlugger werkende leerlingen worden de opdrachten uitgebreid of wordt de tijd beperkt.
  • Differentiëren naar doelen. Niet alle leerlingen kunnen dezelfde doelen bereiken. Via het leerlingvolgsysteem hebben leerkrachten een kijk op de beginsituatie en de mogelijkheden van de leerlingen. Voor zwakkere leerlingen kan de leerkracht alleen ingaan op wat in het leerplan als ‘basis’ is aangegeven. Zo krijgen de leerlingen meer tijd en ruimte om de meest elementaire aspecten te beheersen. Voor sterkere leerlingen kan de leerkracht ‘verdieping’ van de doelen voorzien. Het leerplan biedt ook voor hen heel wat mogelijkheden. De streepjescodes naast elk doel in de leerplannen, geven aan hoever een leerkracht in zijn leerjaar verondersteld wordt te gaan: van een eerste kennismaking, over elementaire beheersing, tot verdieping of echte integratie.

Het team :

  • bestudeert de leerlijnen in het leerplan
  • spant zich in om de basisdoelen te bereiken met leerlingen die op een of ander gebied minder mogelijkheden blijken te hebben
  • raadpleegt het leerplan en bepaalt welke leerinhouden de leerling moet kennen en hoe daaraan zal gewerkt worden
  • tracht een aangepaster leergang te creëren door meer tijd te besteden aan basisleerstof en door te hoog gegrepen doelen te verschuiven naar hogere leerjaren
  • bespreekt knelpunten in het gangbare leerprogramma met de collega’s van de aangrenzende leerjaren om de aanpak te verbeteren.

Afdrukken E-mailadres

Contact Other

Contacteer ons
Kapellenstraat 43
9280 Denderbelle
Oost-Vlaanderen

Telefoon:

052/41-09-64

0496/08-11-12